Werken met illustratie- en afbeeldingslagen

uit de cursus Starten met animeren in Adobe After Effects

Leuk dat je onze site bezoekt,

Ben jij leergierig?. Jij abonnee en dan ik geef jou 5% korting op de eerste maand! Wat vind je daar van? gebruik als kortingscode: DIEHARD

Geef een reactie of stel een vraag

Geef een reactie

Registreer als je wilt reageren.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Starten met animeren in Adobe After Effects

perm_identity Belinda | video_library 47 video's | query_builder 04:28:14

Adobe After Effects: een toverdoos.

Adobe After Effects is een toverdoos vol met mogelijkheden om te animeren en illustraties, video en afbeeldingen te bewerken. Het is echter ook een toverdoos vol gereedschappen, knoppen, filters, effecten, instellingen. Hoe ga je je weg vinden in dit uitgebreide programma?

Starten met…

Begin bij het begin: de cursus Starten met Adobe After Effects leert je je weg te vinden in de interface en hoe je een project aanmaakt. In deze cursus wordt uitgebreid aandacht besteed aan het werken met lagen en aan het importeren van gelaagde Illustrator bestanden. En natuurlijk ook aan het creëren van vormen binnen het programma zelf. Eenmaal in een project opgenomen, wil je deze objecten ook gaan animeren! Leer werken met Keyframes, transformaties en oriëntatiepunten en er gaat een hele nieuwe wereld open!

Je leert tevens gebruik te maken van maskers, filters en effecten om illustraties en beeld te manipuleren. De mogelijkheden met de effecten van After Effects zijn eindeloos. Niet voor niets wordt dit programma ook specifiek voor de kracht van de special effects gebruikt door veel professionals in filmwereld.

Doel:

Na het volgen van deze training ben je in staat om animaties te maken die gereed zijn om te publiceren op internet, computer, tablet en/of voor presentaties. Je kunt animaties maken die bestaan uit, een combinatie van, animatie, video, tekst, logo’s, grafische illustraties, geluid en geluidseffecten.

Elke productie maak je met behulp van lagen.

Het lagengedeelte van de Timeline bevat veel functies, instellingen en opties.

Teveel om ze in één keer allemaal te behandelen.

Aangezien het inzicht in het werken met lagen zo belangrijk is.

Toon ik nu eerst een overzicht van de belangrijkste functies.

De huidige Compositie selecteer ik in mijn project-venster. Finale-start.

Bovenin het project-venster kan ik aflezen dat mijn compositie een formaat heeft van bij .

Dit is het formaat waarop je dus ontwerpt.

Maar de bestanden die je importeert hoeven niet aan dit formaat te voldoen.

Ze mogen gerust kleiner of groter zijn.

Alleen is er een verschil tussen afbeeldingen die opgebouwd zijn uit pixels en vector-illustraties.

Ik plaats deze pixel-afbeelding van de wolken in de Timeline

Sleep deze naar het lagengedeelte.

Zoals je bovenin het project-venster kunt aflezen is deze afbeelding veel groter dan de compositie waarin we werken.

Ik verklein het voorvertoningsgebied naar %.

In ieder geval wil ik de selectieranden van de volledige afbeelding zien.

Je kunt nu de afbeelding disproportioneel vergroten of verkleinen.

Zorg ervoor dat je je Selectie-gereedschap geselecteerd hebt.

En klik dan in op een hoekpunt.

Standaard schaal je disproportioneel.

Houd je de Shift-toets ingedrukt dan kun je proportioneel schalen.

Het verkleinen van een afbeelding heeft geen groot negatief gevolg voor de scherpte van deze afbeelding.

Maar het vergroten van een pixel-afbeelding doet dat wel.

Je kunt lagen tonen en verbergen door hiervoor het oog-icoon te gebruiken.

Ik maak deze laag onzichtbaar.

Ik sleep nu het bestand 'Wolken-small' in de Timeline.

Deze afbeelding is veel kleiner. Namelijk bij pixels.

Ik zet het voorvertonings-venster passend in venster met de schalingsoptie ‘Fit up to %’.

Als het voorvertoningsgebied groter of kleiner wordt gemaakt schaalt de voorvertoning automatisch mee. En dat is handig.

Ditmaal maak ik de afbeelding groter.

Ik klik in op een hoekpunt, houd ingeklikt. Druk de Shift-toets erbij in en vergroot de afbeelding.

In ieder geval net zo groot als de compositie. Zoals je ziet is de afbeelding behoorlijk onscherp geworden.

Deze afbeelding is dus eigenlijk niet bruikbaar.

Foto’s en afbeeldingen opgebouwd uit pixels moeten in ieder geval op het juiste formaat voorbereid zijn.

Waarop je ze wilt toepassen.

Anders is dat bij vector-illustraties.

Ik maak de bovenste laag 'Wolke' weer zichtbaar.

Ditmaal plaats ik het bestand 'Funcar-small', bovenin de stapelvolgorde. Zodat deze voorop komt te liggen.

De illustrator tekening is x pixels groot. Maar vectortekeningen zijn oneindig schaalbaar.

Ik vergroot de auto. Klik in op een hoekpunt. Druk dan de Shift-toets in zodat ik proportioneel kan schalen.

En nu zie ik toch duidelijk de pixels.

Dit is de wijze waarop After Effects vectortekeningen, in eerste instantie, standaard voorvertoond.

Namelijk met de resolutie van het geplaatste bestand. Dat is dus die kleine illustratie.

Maar zet je in het lagenvenster de optie ‘Continuously Rasterize’ aan, dan wordt de gerasterde voorvertoning uitgerekend...

...zowel op basis van de originele vectorgegevens als de transformatie die hierop is uitgevoerd. En dat is die vergroting.

Dit levert zoals je ziet een haarscherpe illustratie op.

Elke laag biedt transformeer mogelijkheden. Ik maak de auto weer even iets kleiner.

Klik op het driehoekje voor de laag om deze uit te klappen.

Hier zie je Transform staan. Klap ook deze uit en dit zijn de standaard transformeeropties.

Standaard wordt in het midden van de laag het oriëntatiepunt geplaatst.

Dit is het Anchorpoint. Vanuit dit punt worden de transformaties uitgevoerd.

Dus als ik bij Rotation de laag roteer, roteer ik om dat oriëntatiepunt.

Wijzig je bij 'Anchor Point' de positie van het oriëntatiepunt. En je gaat daarna roteren.

Dan roteer je om het nieuw gepositioneerde oriëntatiepunt.

Je kunt de illustratie verplaatsen bij Position. Deze bestaat uit twee getallen.

De eerste staat voor horizontaal verplaatsing en de tweede voor verticale verplaatsing.

Ook het schalen bestaat uit twee getallen. Zolang het kettingsymbool aanstaat schaal je proportioneel.

Ontkoppel je de waarden dan geldt het eerste getal voor horizontale schaling en het tweede getal voor verticale schaling.

En met de Opacity kun je een laag transparant maken.

Veel van deze transformaties kun je ook uitvoeren met gereedschappen uit de gereedschappenbalk.

Je verplaatst de illustratie met het Selection gereedschap.

Je kunt roteren met de Rotation Tool.

En het oriëntatiepunt verplaatsen met het Pan Behind Tool.

Dus ik verplaats het oriëntatiepunt weer hier naartoe. En ik roteer nu om dat nieuwe punt.

De waarden wijzigen automatisch ook mee bij de Transform-instellingen in het lagen-gedeelte van de Timeline.

Om alle waarden weer te herstellen klik je eenmaal op de Reset-knop achter Transform.

Experimenteer met de verschillende manieren van transformeren en transformeer-instellingen.

Lagen kun je ook wissen uit het lagengedeelte. Hiermee wis je ze niet uit het Project-venster.

Selecteer de lagen en gebruik de Backspace-toets om deze te verwijderen.