De interface

uit de cursus I - Photoshop - De basis [2015]

De interface
2 (40%) 1 stem[men]

Hallo vreemdeling,

wat leuk dat je onze site bezoekt. Bekijk gerust een paar video's en als het je bevalt kun je altijd abonnee worden.

Automatisch afspelen
Volgende video: Deelvensters

Geef een reactie of stel een vraag

Geef een reactie

Registreer als je wilt reageren.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

I - Photoshop - De basis [2015]

perm_identity Belinda | video_library 33 video's | query_builder 02:32:58

Maak kennis met de interface en de werking van Adobe Photoshop. Leer hoe je door een document kun navigeren en krijg grip op beeldschermresolutie, print- en drukwerk resolutie, megapixels van de camera en de rendertechnieken die hierbij komen kijken.

De basishandelingen.

Eén van de eerste dingen die je wilt kunnen doen in het programma is het bepalen en maken van de uitsnede.  Maar ook hoe je extra canvas kunt toevoegen en ook hoe je afbeeldingen kunt rechtzetten en zelfs hoe je het perspectief weer kunt herstellen. Onmisbare kennis voor beeldbewerkers. Je leert de belangrijkste transformatieopdrachten als roteren, spiegelen, schuintrekken. En ook de eerste beeldmanipulaties komen aan bod met het vervormen van beeld en selecties.  Bovendien wordt er in deze online cursus uitgebreid aandacht besteed aan het begrip “resolutie” en hoe je deze resolutie in moet stellen voor schermproducties en printwerk.

In deze video behandelen we de interface van Photoshop.

Zodra Photoshop voor het eerst wordt opgestart toont deze de standaard interface.

Met interface bedoelen we de wijze en de ordening waarop vensters, gereedschappen en het werkgebied in beeld verschijnt.

Het eerste wat we gaan doen zijn bestanden openen.

Je gaat naar Bestand, klikt vervolgens op de menu-optie Openen.

En navigeert naar een map waarin afbeeldingen staan.

Je kunt een bestand aan klikken en vervolgens kiezen om deze te openen.

Je kunt ook één keer klikken op het eerste bestand dat je wilt openen.

Shift ingedrukt houden en één keer klikken op het laatste bestand dat je wilt openen.

Alle tussenliggende bestanden worden dan geselecteerd.

Stel dat je niet aaneensluitende bestanden wilt selecteren.

Dan kun je ook klikken op het eerste bestand die je wilt openen, die is geselecteerd.

Vervolgens houd je de Commando-toets ingedrukt. En klik je op overige bestanden die dan niet aaneengesloten zijn.

En vervolgens kies je om deze bestanden te openen.

Standaard worden afbeeldingen binnen het werkgebied als tabbladen getoond.

Dus wil ik door de bestanden heen browsen.

Dan kan ik hier door op de naam van het bestand te klikken naar de verschillende bestanden gaan.

Er zijn meerdere manieren waarmee je door de geopende bestanden kunt navigeren.

Zo kun je ze allemaal vinden onder Venster.

Hier staan alle geopende bestanden in een rij.

Je kunt ze allemaal als tabblad bereiken hier boven in het werkgebied.

Maar zodra deze pijlen verschijnen, betekent dat, dat op dit moment niet alle bestanden als tabje zichtbaar zijn.

Klik op de pijlen en via een uitklapvenster zie je ook een overzicht van alle geopende bestanden.

Je kunt ook door de bestanden heen navigeren met een sneltoets.

Gebruik de Commando-toets en typ de tilde-toets in.

Om vooruit te bladeren.

Houd de Commando en de Shift samen ingedrukt.

En gebruik de tilde-toets om terug te kunnen bladeren.

Ik loop even de belangrijke onderdelen van de standaard interface af.

Allereerst helemaal bovenin in de menubalk.

Hier bevinden zich de meeste opdrachten en opties.

Het kan zijn dat een menu-opdracht grijs is.

Dat betekent dat deze opdracht op dit moment niet beschikbaar is.

Dat kan verschillende oorzaken hebben.

Zo moet je bijvoorbeeld voor een heleboel opdrachten eerst een selectie maken.

Kijken we hier naar de opdracht Kopiëren, is deze grijs.

Maak ik een selectie in beeld. Kijk ik vervolgens opnieuw naar Bewerken.

Dan zie ik dat ik nu de selectie kan kopiëren.

Een heleboel menu-opdrachten zijn ook te bereiken via sneltoetsen.

En het is sowieso handig dat je deze leert kennen.

Daarom is het aan te raden dat, als je nog beginnend bent met Photoshop, om nog heel vaak...

eerst de opdrachten uit de menubalk op te zoeken.

Zo leer je allereerst welke menu-opdrachten er allemaal zijn.

Maar ook waar ze geordend staan, zodat je ze makkelijk terug kunt vinden.

En het is een goede manier om alle toets combinaties alvast te gaan leren.

De hele interface van Photoshop wordt op dit moment bij elkaar gehouden door een omsluitend kader.

Deze kun je oppakken, verkleinen en vergroten. En alle vensters in de interface worden mee geschaald.

Dit omsluitend kader heet in Photoshop Toepassingsframe en staat standaard actief.

Als ik deze uitvink.

Dan worden alle geopende documenten in een eigen venster geplaatst

Die ik kan oppakken en kan verplaatsen.

En in principe kan ik ze ook weer in bij elkaar in stoppen.

Dus op deze manier kan ik zelf wel weer een soortement van omsluitend venster creëren voor deze geopende documenten.

Maar langs deze documenten en vensters heen.

Kijk ik naar de achtergrondkleur van mijn buroblad.

Als ik per ongeluk één keer klik op de achtergrondkleur.

Dan verdwijnt de interface van Photoshop, omdat ik de Finder heb geactiveerd.

Dus ik kan nu dingen doen op mijn buroblad.

Om weer terug te keren naar Photoshop. Moet ik in ieder geval iets aan klikken wat op dit moment bij Photoshop hoort.

Dat zijn deze documenten. Dan keer ik weliswaar weer terug.

Sommige mensen vinden het handig om zelf op deze manier met de vensters te kunnen slepen.

Maar de meesten geven toch de voorkeur aan het toepassings-

frame.

Boven het werkgebied bevindt zich het optie-palet.

Het optie-palet toont per gereedschap andere opties en instel mogelijkheden.

Dit venster is misschien wel het meest lastige als je met Photoshop gaat werken.

Het optiepalet onthoudt namelijk de laatste instellingen.

Als ik bij het verplaatsgereedschap nu 'Automatische selectie van laag' en 'Transformeer gereedschappen' aan zet.

Ik kies een ander gereedschap uit. en keer weer terug naar mijn verplaatsgereedschap.

Dan zie je dat hij de laatste instellingen onthouden heeft.

Je zult dus altijd eerst goed de instellingen van het optiepalet moeten controleren.

Voordat je een gereedschap gaat gebruiken.

En dit optiepalet kun je tevoorschijn halen en verdwijnen onder Venster > Opties.

Links in beeld staat standaard de gereedschappenbalk.

Ook deze kun je tonen en verbergen via het menu Venster > Gereedschappen.

Er zijn twee manieren waarop je deze gereedschappen kunt laten weergeven.

En je wisselt hiermee door te klikken op de dubbele pijl bovenin.

Je kunt de gereedschappen twee aan twee tonen.

Of in één lange kolom van enkele gereedschappen onder elkaar.

Sommige gereedschappen hebben een kleine driehoek, rechts onderin het icoon.

Dit betekent dat als je inklikt en ingeklikt houdt, je meerdere gereedschappen ziet.

Die je vervolgens kunt selecteren door hier eenmaal op te klikken.

Rechts in beeld bevinden zich standaard de werkvensters.

In een volgende video leer je hoe je deze vensters naar eigen zin en wens kunt ordenen en inrichten.

Voor nu is het wel handig om te weten dat al deze vensters afkomstig zijn uit het menu Venster.

Op dit moment staan actief on beeld, de vensters Kleur, Stijlen en Lagen.

Als ik ga kijken bij het menu Venster, zie ik ook dat deze vensters een vinkje hebben.

Standaard wordt Photoshop getoond met een donkere Interface.

Het kan zijn dat jij dat niet prettig vindt, dan kun je dat wijzigen bij Photoshop > Voorkeuren > Interface.

En wijzig je van kleurthema.

Zodra je de kleur van de Interface hebt gewijzigd.

Dan zal Photoshop deze telkens gebruiken als je hem weer opnieuw opstart.

Totdat je het kleurthema weer wijzigt bij de voorkeuren.